website
inform.
H0OGE HOEDEN
EN PANTSERPLATEN

DOOR A. DEN DOOLAARD


I.



"Mourir pour la patrie
C'est le sort le plus beau
Le plus digne d'envie..."
Fransch soldatenlied.


    In een van de wachtkamers van het Volkenbondsgebouw te Genève hing een pleisterrelief, voorstellende "De Vrede". Briand zelf had dit witte, lief-uitziende geval ingewijd. Het hing er jaren lang en niemand keek er natuurlijk naar. Toen de gedelegeerden na de laatste zomervacantie bijeenkwamen, was de Vrede verdwenen. Maar weer duurde het weken eer iemand het gemis opmerkte. Een nieuwsgierig Fransch journalist ging er tijdens een taai debat over zware houwitsers toch eens naar informeeren: het debat verveelde hem en hij had niets beters te doen.
    Het bleek tenslotte, dat de Vrede kapot was gevallen. Zoo maar op een nacht uit zichzelf van den spijker gegleden. Een suppoost veegde 's morgens de scherven bij elkaar en deponeerde ze in den Volkenbondsaschbak.
Er is in Genève een lid van de Chineesche legatie, die aan spiritisme doet. Hij beweert dat Briand zelf, onzichtbaar door de gangen en kamers van het paleis warend, op een schoonen zomernacht van 't jaar 1933 den Vrede in arren moede van den spijker heeft gegooid.
    Misschien heeft hij gelijk. Misschien was dit gebaar werkelijk een waarschuwing van Briand aan ons stervelingen, om eens uit onze oogen te kijken. Want Briand kende de duistere machten die ons regeeren. Ze hebben ook hèm met een smak laten vallen.
    Briand werd omlaag gesmakt van de trappen, die omhoog voerden naar den presidentszetel van de Fransche republiek. Mijn tegenstander was de tegenwoordige president: Albert Lebrun. Wat kon Briand met zijn belachelijken olijftak tegen den stalen boksbeugel van Lebrun uitrichten? Deze boksbeugel was speciaal voor de verkiezingscampagne gesmeed in de staalfabrieken van Micheville, waarvan Lebrun administrateur was. Zij worden beheerd door het machtige "Comité des Forges", een kartel van staalfabrikanten en hoogovenbezitters. De "groote mannen" van deze trust zijn Schneider, dien iedereen en De Wendel, dien bijna niemand kent.
    De vermoorde president Doumer was tot zijn dood toe administrateur van de staalfabrieken "Providence". Daarom mocht Briand geen president worden. Hij hield niet van gepantserde hooge hoeden.
    De redactie van de "Temps" had Briand heilig beloofd hem te ondersteunen. Doch op het critieke moment kwamen er gemeene artikelen. De "Temps", een courant waarin men om den anderen dag een artikel tegen de ontwapening kan lezen, is het eigendom van het "Comité des Forges", de Fransche staaltrust.
    De heeren Schneider en De Wendel zien het liefst iemand met een gepantserden hoogen hoed als president van de Fransche republiek. En men ziet, dat het meestal lukt!
    De familieromans komen den laatsten tijd weer in de mode. Om in dit genre te slagen zijn twee dingen noodig: een familieroman moet netjes wezen, en een beetje een snobistisch kantje hebben. Vandaar het succes van Galsworthy's "Forsytes" en Thomas Mann's "Buddenbrooks", in hun soort trouwens meesterwerken. Vandaar ook, dat niemand zich erg interesseert voor de romans van werkelijk vooraanstaande families, zooals de De Wendel's en de Schneider's, de Zaharoffs en de Cockerill's, de Krupp's en de Thyssen's. Het snobistische kantje ontbreekt anders niet. Integendeel!
    Neen, wat ontbreekt is slechts conditie nummer 1, omtrent het nette. Het is zelfs nog erger. Deze familieromannetjes zouden, indien ze geschreven werden, ondanks de duur geparfumeerde vrouwen, die er in voorkomen, naar bloed ruiken. En daar kan een nette étagebewoner niet tegen. Waarom, begrijp ik niet. Want de Schneider's en Wendel's en Thyssen's trekken zich er niets van aan, wat trouwens logisch is. Want het eenige waaraan het bloed zou kunnen kleven is aan hun geld. En geld stinkt niet.
    Ik moet er nog bij zeggen, dat de substantie, waarnaar de romannetjes eventueel zouden kunnen ruiken, varkens- noch koeienbloed is, maar doodgewoon minderwaardig menschenbloed. Het bloed van Fritz Müller, John Smith, Orlando Capetti, Jean Durand, en verdere doodgewone snuiters, wier namen op een rijtje in het adresboek staan. Maar omdat ook zj vaders en moeders, zusjes en verloofden, vrouw en kinderen hebben, is het toch misschien verstandig iets te vertellen uit de bloedige boekjes, die eventueel geschreven zouden kùnnen worden. Omdat u dan meteen de geschiedenis van den voor-vorigen, den vorigen en den komenden oorlog beter begrijpen zult. U zult dan o.a. ook vernemen, waarom de oorlog vier jaar en drie maanden duurde, inplaats van vier-en-twintig weken.

    Om te beginnen zullen we het briefje vertalen dat vrouw Müller te Maagdenburg in October 1917 thuis gestuurd kreeg. Het luidde: "Uw zoon Fritz is op 17 October omgekomen tijdens een heldfhaftigen aanval onzer troepen op het fort Douaumont bij Verdun. Hij stierf op het Veld van Eer, voor Keizer en Vaderland." 
  Dat stond er. Toen ze 't las veegde vrouw Miller met een tip van haar schort haar oogen en haar ingevallen wangen af en begon toen echt te huilen. Dagen lang. En ook Fritz' vader liet dikwijls zijn pijp uitgaan en elkaar aankijken durfden ze niet meer.
  Wat ik niet durf, is me afvragen wat de oudjes gedaan zouden hebben indien ze geweten hadden wat er wel in het briefle had moeten staan. Eenvoudig dit:
    "De afgereten ledematen van uw eerstgeboren kind hangen op het prikkeldraad voor het Fort Douaumont bij Verdun. Dit prikkeldraad werd in 1916 via Zwitserland aan Frankrijk geleverd door de Magdeburger Draht- und Kabelwerke. Wij betreuren dit incident ten zeerste, maar zaken zijn zaken."
Fritz' vader was opzichter bij de Draht- und Kabelwerke en zijn zoon hing dubbelgevouwen dood te bloeden op het Duitsche prikkeldraad dat hij zelf had opgewikkeld.
    Maar een kleine Fransch koopmannetje kreeg in diezelfde Octobermaand twee jaar vestingstraf en 2000 francs boete omdat hij, ook al via Zwitserland, voor 82 francs bidprentjes, zijden sjerpen en dergelijke artikelen naar Duitschland geleverd had, die verkocht werden aan de ouders van kindertjes, die hun eerste communie gingen doen. Dit was een strafbaar feit: want de kindertjes zouden bij hun communie natuurlijk bidden dat de Duitsche god de Duitsche wapenen zou zegenen. En dat zou den Duitschen god maar kracht geven tegen den Franschen god!
    Bidt gerust verder, kindertjes. De Duitsche en de Fransche god zijn het al lang eens. Ze zijn op aarde neergedaald, net als de hooge bewoners van den Olympus soms deden en heeten de Wendel, Schneider en Krupp. Goden vechten niet. Goden houden elkander de hand boven 't hoofd, bedekken elkaar met den mantel der liefde en doen onder dien mantel voordeelige zaakjes.

    Nu wordt mijn artikel taai. Want nu moest ik u de geschiedenis van die almachtige families gaan vertellen. En daarvoor moeten we een eindje terug. Want anders kunt u niet begrijpen waarom de oorlog langer dan vier maanden duurde.
    Laten we beginnen met Krupp. De firma is bekend genoeg. Maar niemand weet dat toen Bismarck hem credieten weigerde, Krupp door de Fransche Bank Seillière op de been geholpen werd. Dezelfde bank zette Krupp's concurrent, Schneider, even later te Creusot in zijn stalen meubeltjes. In 1865, vIak v66r den Duitsch-Oostenrijkschen oorlog, verkoopt Krupp, de Duitscher, vroolijk een groot aantal kanonnen aan Oostenrijk. Ook later verkoopt hij zijn wapens rechts en links aan den meestbiedende. In 1913 wordt hij opeens bedreigd door een schandaal. Men ontdekt dat hij, samen met Hugenberg, in den Raad van Beheer van de Russische wapenfabriek, "Poutiloff" zit, zij aan zij met zijn Franschen vriend Schneider. Een oorlog zal voor de gewenschte afleiding zorgen ...
    De familie Schneider komt uit het Saargebied. Ze begint een wapenfabriek in 't dorp Creusot. In 1865 is Eugène Schneider voorzitter van de Kamer. Hij laat in de Kamer een wet op den vrijen wapenexport aannemen en kan nu verder doen wat hij wil. Het spreekt vanzelf dat zijn beide zoons en opvolgers ook lid van de Kamer worden. De Schneider's zijn allen anderen kanonnenkoningen de baas in de kunst om de politiek in dienst te stellen van hun zaak. Want zij kwamen op het geniale denkbeeld om de wapen-leveranties aan de vreemde mogendheden, wier financiën niet altijd goed in elkaar zaten, te laten betalen door den kleinen Franschen spaarder.
    Rusland, Roemenië, Servië en Mexico krijgen Creusot-kanonnen, die betaald worden met het geld van Fransche leeningen. Schneider heft zijn wijsvinger op: het Fransche parlement keurt de leening goed. Dan zijn middelvinger: het vreemde parlement doet desgelijks.
    Eenmaal, in 1913, heeft Schneider zijn middelvinger twee maal moeten opheffen, en hij heeft er nog hartkloppingen van. Koning Ferdinand van Bulgarije bracht een bezoek aan Frankrijk en natuurlijk ook aan de fabrieken van Creusot. Hij bestelde een serie kanonnen en het huis Schneider zegde hem allervriendelijkst een Fransche leening toe om ze te betalen. Maar de kanonnen waren duur en de Bulgaarsche Kamer protesteerde. Schneider trok, rustig in zijn werkkamer gezeten, even zijn wenkbrauwen op. De willige Fransche regeering begreep dit gebaar volkomen en dienzelfden dag nog ging er een telegram naar Sofia dat de Bulgaarsche Kamer tot gehoorzaamheid dwong. In het telegram stond: "Geen kanonnen? Dan ook geen geld." En aldus geschiedde het dat de eerste Fransche soldaten op het front van Saloniki aan stukken werden geschoten door Fransche kanonnen, door de Fransche spaarders betaald.
    De beste vrienden van de Schneider's zijn de Wendel's, die oorspronkelijk von Wendel heetten. Dit is geen los detail, maar een scherpe aanduiding. De von Wendel's symboliseeren de Internationale der bewapening. Zij verlaten Duitschland, maar zij laten Duitschland niet los. Met de Schneider's gaan zij het groote ijzerbekken van Briey bij Thionville exploiteeren, vlak bij het drielanden-punt Frankrijk-Duitschland-Luxemburg. Zij vestigen zich echter niet bij Thionville, waar het reeds naar den Rijn riekt, omdat zij gedreven worden door een vaag verlangen naar hun vaderland ...
    Staalkoningen zijn niet sentimenteel. Wanneer zij kort daarop ruiter-te-paard op de grens gaan zitten, beduidt dit zelfs geen halven terugkeer naar Duitschland. Het geheim is ondergrondsch: de ijzermijnen loopen onder de grens door. De Fransche kant wordt geëxploiteerd door François de Wendel, de Duitsche kant door het Stahl-werkverbond, waarvan "La société des Petits-Fils de Fran
çois de Wendel" deelhebster is. Het voorbeeld vindt navolging. Adolf Kirdof, de voorzitter van de groote Duitsche Mij. "Gelsen-kirchen", is eveneens voorzitter van de Société de Pierremont te Briey. De Fransche mijnen van Valleroy behooren voor de helft aan de Fransche Dreux's, voor de andere helft aan de Duitsche Roechling's. Het procédé is zoo handig, dat het een export-artikel wordt. De bekende "nationale" wapenfabriek van Luik-Herstal telt onder haar commissarissen de Duitsche bankiers Oppenheim en Loew. Maar het schoonste voorbeeld zijn de ijzermijnen van Ouenza in Algerië. De voornaamste aandeelhouders zijn Schneider, Gelsenkirchen, Krupp, de Belg Cockerill, de Duitsche keizer, plus 5 Fransche en 4 Engelsche firma's.
    Tegelijkertijd vereenigt de grootste trust van allen, de "Hawey United Steel Co.", Krupp, Schneider-Creusot, de Amerikaansche Bethlehem Steel, Armstrong en Vickers-Maxim, de zaak van Basil Zaharoff, den obscuren Levantijn, in zijn jeugd te Londen wegens diefstal veroordeeld, en die naderhand zijn fortuin maakt door tijdens den Japansch-Russischen oorlog mitrailleurs aan den tsaar te verkoopen, en, samen met Krupp, kanonnen aan den mikado...
    Ziehier de acteurs van de tragische film, die gedraaid zal worden. Over hun vernuftig scenario, dat eenige millioenen figuranten den dood injoeg, een volgende maal.

hw.14.juni.2016
--------