Infor-
matie.

HELSCHE MACHINES,
MERK "ROMA AETERNA"

DOOR EEN RUSTELOOZE

Een week geleden verschenen verscheidene Europeesche couranten opnieuw met een oud vertrouwd opschrift: "Het smeult weer in den Balkan!"
      In Dhevdjelja, een dorp aan de Joegoslavisch-Grieksche grens ontplofte een helsche machine op een café-terras. Twee dooden en vijf gewonden. Een paar dagen later vloog in dezelfde buurt plotseling een spoorbrug in de lucht, net voor de Orient Express er overheen zou rollen. De mannetjes die de mijn hadden gelegd, een troep Bulgaarsche comitadjis werden door de Joegoslavische gendarmes en door de leden van de vrijwillige boerenmilitie na een opwindende klopjacht neergeschoten.       Reizigers met de Orient-Express, die morgen van Saloniki of Sofia vertrekt, maakt u vooral niet bang! De beste tijd om met de Orient-Express door den Balkan te reizen is juist vlak na een terroristischen aanslag. Want zoodra er een paar bommen gesprongen zijn, worden in Zuid-Servië de twintig duizend scherpschutters van de "Neda Narod", de vrijwillige boerenmilitie, gemobiliseerd. De luxe-reiziger, die tussche Nisch en de Grieksche grens uit zijn slaapwagen kijkt, ziet elke paar honderd meter een boer langs de lijn staan, met een astrakan muts scheef op het oor, een witte schapevacht rond de schouders en het Mausergeweer bij den voet. Bij elke brug en op elk station een groepje gendarmes in hun heidekleurige uniformen. Voorloopig hebben de comitadjis weer geen schijn van kans. En dit is juist het land waar zij vroeger het machtigst waren, en waar precies veertig jaar geleden de eerste geheime revolutionnaire comité's (vandaar de Turksche benaming: comitadjis) werden opgericht! Zij vierden dit jubileum op waardige wijze met revolverschoten en woeste ontploffingen. Ik wensch er op rustige manier aan mee te doen door u te vertellen, hoe de comitadjis vroeger waren, hoe ze nu zijn, terwijl ik u tevens omtrent hun financiën, wapenen en toekomstplannen zal inlichten. En dan hebt gij meteen een blik geworpen op dien tweeden brandhaard in Europa, Macedonië, die gestookt wordt door kerels waar de gangsters van Chicago gewoonweg heilsoldaten bij zijn.
      Indien men mij drie jaar geleden op den man af gevraagd had: "Wat is een comitadji?" dan zou ik, volkomen te goeder trouw, geantwoord hebben: "Zeker een van die specialiteiten van de Balkan-keuken, zooals kippensoep met rauwe paprika, veel te veel gepeperd en moordend voor de ingewanden!" En wanneer ik niet op een goeden dag het Amerikaansche weekblad "The Literary Digest" gekocht had, zou ik er waarschijnlijk nog zoo over denken. Maar daar las ik liet volgende verhaal, dat mij deed rillen van romantische ontroering:
      "In de uithoeken van de Balkanbergen leven nog altijd groote troepen tot de tanden gewapende opstandelingen. Zij strijden op leven en dood met de Joegoslavische, Grieksche en zelfs Bulgaarsche gendarmes. Het zijn echter geen bandieten, zooals de Joegoslaven en Grieken beweren, maar echte vrijheidshelden, die hun laatsten druppel bloed willen storten voor de onafhankelijkheid van hun geliefd vaderland, Macedonie! Hun geheim verbond heet "Vetrechnata Makodonska Revoljutionja Organizitsia", kortweg: V.M.R.O., hetgeen "Intern Macedonische Revolutionnaire Organisatie" beteekent. De leden van dit verbond zijn de beruchte comitadjis. Op hun bloedrood vaandel staat in nachtzwarte letters hun fier devies: "Vrijheid of Dood!" De vlaggestok is een naakte sabel en de vlaggeknop een doodskop. Hun tegenwoordige voivoda (hoofdman), de opvolger van den beroemden generaal Protegueroff, die zelf weer den verschrikkelijken Todor Alexandroff verving, is Ivan Mihailoff, de Adelaar van den Balkan....."
      Natuurlijk trok ik onmiddellijk naar Macedonië. Ik kan u mijn ervaringen aldaar het beste in den vorm van korte, episodische verhaaltjes mededeelen.

      Een klein kroegje in een buitenbuurt van Sofia. Ik zit achter een schuimenden pot Bulgaarsch bier op een vriend te wachten. De baas dommelt achter zijn toonbank. Voor het raam zit een politieagent en in de versten hoek een magere jongeman, met een verslonsden leeren jekker aan, plus hooge kaplaarzen. Een vierde blijft op de stoep staan. Uit zijn zijzak steekt een groote revolver. Zonder een woord te zeggen beginnen de drie mannetjesputters den mageren jongen kerel af te rossen. Het regent schoppen, slagen en vloeken. De politieagent verroert geen vin, hij heeft zijn orders. Ik heb geen orders, maar toch blijf ik onbeweeglijk zitten. Want ik weet dat, zoodra ik een hand uitsteek, ik een schot krijg. De jonge kerel wordt eindelijk op straat gesmeten. De baas is ondertusschen wakker geworden en zet gapend drie glazen bier op de toonbank. De drie helden doopen hun lachende snuiten in het schuim en gaan heen zonder te betalen.
      Het zijn drie Bulgaarsche comitadjis van den clan van Ivan Mihailoff, die een lid van den clan Protogueroff voor de grap eventjes voor zijn leven verminkt hebben.

      Deze gezellige ruzie dateert van vijf jaar geleden. En om die te verklaren (het wel en wee van Europa kan er op een gegeven oogenbhk van afhangen) moet ik even teruggaan tot den goeden ouden tijd, toen de comitadjis hun eerste schoten afvuurden op de Turken. In dien tijd, zoo om en bij 1900, waren de comitadji's echter belangelooze helden. Het waren brave boeren, opgerezen uit de naamlooze massa der verdrukte Macedoniërs. Maar hoewel zij zich, onder den invloed der Bulgaarsche propaganda, voor Bulgaren hielden, vochten zij toch onder leiding van hun priesters en onderwijzers enkel en alleen voor de onafhankelijkheid van Macedonië tegen de wreede Turken, die het arme land systematisch uitzogen. De groote opstand van Ilinden, in 1903, toen zij met 25.000 man tegen 350.000 Turken streden, is in Oost-Europa legendarisch geworden.
      Maar langzamerhand kwam de klad in het ideaal. De heele V.M.R.O. kwam in handen van koning Ferdinand van Bulgarije. Protogueroff verkocht zich zelf plus zijn legertje van comitadjis voor 30.000.000 mark aan keizer Wilhelm II. Na den oorlog ging het steeds verder bergaf. Men mompelt dat in 1924 de toenmalige groote voivoda, Todor Alexandroff, op last van zijn collega generaal Protogueroff van kant gemaakt werd, omdat Alexandroff een geheim verdrag met Moskou had gesloten. Protogueroff werd op zijn beurt in 1927 door den tegenwoordigen voivoda. Ivan Mihailoff, vermoord. Sindsdien beoorlogen Protoguerovisten en Mihailovisten elkaar in de hoofdstraten van Sofia met parabellums en machinegeweren. Tijdens mijn verblijf in Sofia heb ik meer dan eens het bloed over de cafévloeren zien spatten.

      Maar Mihailoff is niet zoo dom als zijn voorgangers. Hij heeft op tijd zien aankomen dat het fascisme de groote macht in Europa zou worden; en daarom richte hij onmiddelijk na zijn troonsbestijging een naamlooze vennootschap tot exploitatie van zijn bandietenbenden op. Een pak aandeelen van dit genootschap van gepriviligeerde moordenaars bleef in Sofia, in een groote brandkast, die volgens sommigen in een van de kelders van het koninklijk paleis staat. Maar de meerderheid der aandeelen, keurig gedrukt in zwart en rood met een witten doodskop bovenaan, verhuisde naar een Italiaansche safe, waarvan alleen een groot dictator met sterke kaken de sleutels bezit. Sindsdien staan er op Ivan Mihailoff's programma maar drie punten:
1. Het uitzuigen van Bulgaarsch Macedonië, een provincie welwillend door de Bulgaarsche regeering aan de comitadjis afgestaan als een soort plunderbaar leengoed.
 2. Het uitroeien in Sofia van de afvallige Protoguerovisfen, wien verweten wordt betrekkingen met de Joegoslaven te onderhouden, de gehate heerschers over half Macedonië.
 3. Het treiteren van Joegoslavië zelf.

      Overigens is Ivan Mihailoff heelemaal niet de adelaar van den Balkan, de bevrijder van Macedonie, waarvoor onwetende, aan filmklets gewende Amerikaansche journalisten hem houden. Hij is een doodgewoon klein roofvogeltje, dat heel mak uit de hand van Mussolini eet. En daarom hoeft Mussolini in Rome maar op een knopje tedrukken om in Joegoslavisch Macedonië de spoorbruggen te laten springen. Maar "the man in the street denkt dat Ivan Mihailoff dapper voor de onafhankelijkheid van Macedonië vecht.
      Ge ziet dat een comitadji het drukker heeft dan menig gewoon ambtenaar. Hij is tegelijk belastinggaarder, uitsmijter en terrorist. In een van deze rollen zal ik hem een oogenblik ten tooneele voeren.

      Dit voorjaar werd het zoo bar met de straatgevechten in Sofia, dat de regeering, onder pressie van een paar gezanten en hooge officieren, eindelijk besloot de comitadjis te interneeren. Maar de meesten wisten op tijd te vluchten; hoe, dat zal ik in een speciaal artikel over Bulgaarsche en Joegoslavische hofgebruiken wel vertellen. In elk geval verhuisden er plotseling honderden beroepsmoordenaars naar de dorpen aan de Joegoslavische grens. Nadat ze bij alle boeren gratis geprobeerd hadden hoe de kippensoep met yoghurtsaus smaakte, besloot het centraal comité, dat er ten behoeve van den grootsten aandeelhouder nu maar weer eens een demonstratie moest komen. Drie dagen later sprong de spoorbrug bij de Grieksche grens... En nu kan Ivan Mihailoff met een gerust hart zijn jaarlijksche bedevaart naar Rome ondernemen. Niet om den paus te bezoeken, maar om de subsidie te incasseeren, waarvan de comitadjis hun wapentuig koopen, dat langs den geïnternationaliseerden Donau vanuit Duitschland naar Bulgarije wordt gesmokkeld.
      De comitadjis nestelen zich in alle staten, waar de Italiaansche expansiepolitiek gesteund wordt. Ik heb hen in Tirana, de hoofdstad van Albanië, rustig over straat zien wandelen. Wanneer je café "Austria" te Boedapest binnenloopt, tref je er dikwijls den gevaarlijken terrorist Drangov aan, die in Hongarije een school van z.g. "ustasji" leidt. De leerlingen zijn meest uitgeweken Joegoslaven, en de leermidddelen bestaan uit geheimzinnige raderwerken, dynamiet, parabellumrevolvers en handgranaten. Wie het einddiploina behaalt wordt met een valsch paspoort en een ruim zakgeld naar Joegoslavië gestuurd...
      Eén zwaluw geen zomer, en één comitadji geen oorlog. Maar vier honderd waarschijnlijk wel. En de groote aandeelhouder hoeft maar op een knopje te drukken om met behulp van vijftien honderd comitadjis de heele Joegoslavische grens in vlammen te zetten. Waarna de Bulgaarsche regeering natuurlijk verklaart, zooals ze na elk grensincident doet, dat de comitadjis echte brave Joegoslavische opstandelingen zijn, die geen huisnummer in Sofia hebben.
      Maar de groote aandeelhouder drukt niet op een knopje. Hij vindt het waarschijnlijk alleen maar leuk om te weten, dat hij het doen kan. En daarom doen de comitadjis voorloopig de gangsters maar na. Waarmee alweer bewezen is, dat onze heele Europeesche beschaving uit Amerika stamt!

hw.28 aug.2015